Dit zijn de folkloristische waanideeA

Uit het Instructiehandboek der Missionaria Protectiva

A

'Ik heet Muriz,' zei de tanige Vrijman.

Hij zat op de vloer van een grot in het schijnsel van een specielamp, waarvan het flakkerende licht vochtige wanden onthulde en donkere gaten waar zijgangen op deze ruimte uitkwamen. In een van die gangen hoorde men het geluid van druppelend water en hoewel watergeluiden een wezenlijk deel waren van het Vrijmanse paradijs, beleefden de zes geknevelde mannen die tegenover Muriz zaten geen vreugde aan het ritmische gedrup. Er hing een muffe geur van de doodsstil in de ruimte.

Uit de gang kwam een jongen van een standaard jaar of veertien, die rechts naast Muriz ging staan. Een onbeschermd krysmes glansde gelig in het licht van de specielamp toen de jongen het mes ophief en er kort mee naar elk van de geknevelde mannen wees.

Met een gebaar naar de jongen zei Muriz: 'Dit is mijn zoon, Assan Tariq, die nu zijn volwassenheidsproef zal afleggen.'

Muriz schraapte zijn keel en staarde elk van de zes gevangenen eenmaal aan. Ze zaten in een ruwe halve cirkel tegenover hem, stevig gebonden met touw van specievezel dat hun benen gekruist hield en hun handen op hun rug. De touwen eindigden in een krappe lus om de hals van elke man. Hun stilpakken waren bij de hals afgesneden.

De gebonden mannen staarden Muriz aan zonder de ogen neer te slaan. Twee van hen droegen wijde buitenwereldse kleding die bewees dat ze rijke burgers van een Arrakische stad waren. Deze twee hadden een huid die gladder en lichter was dan die van hun metgezellen, wier geharde trekken en schonkige gestalte duidelijk aangaven dat ze in de woestijn geboren waren.

Muriz leek op de woestijnbewoners, maar zijn ogen lagen dieper in zijn hoofd, diepe putten zonder wit waarin niet eens het schijnsel van de specielamp doordrong. Zijn zoon leek een onvoldragen kopie van de man, met een effenheid in zijn gezicht die de verwarring die in zijn binnenste woedde niet helemaal verborg.

'Bij de Uitgestotenen hebben we een speciale volwassenheids-proef,' zei Muriz. 'Mijn zoon zal eens rechter zijn in Shuloch. We moeten weten dat hij kan doen wat moet. Onze rechters kunnen Jacurutu en onze wanhoopsdag niet vergeten. Kralizec, de Orkaanstrijd, leeft in onze harten.' Dit werd allemaal gezegd met de vlakke intonatie van een ritueel.

Een van de stadsbewoners met de gladde gezichten tegenover Muriz, bewoog en zei: 'Je doet er verkeerd aan ons te bedreigen en te knevelen. Wij kwamen in vrede om umma.'

Muriz knikte. 'Jullie kwamen een persoonlijke godsdienstige openbaring zoeken? Goed. Die openbaring zullen jullie krijgen.'

De man met het gladde gezicht zei: 'Als wea'

Naast hem snauwde een donkerder woestijn-Vrijman: 'Zwijg, idioot! Dit zijn de waterdieven. Dit zijn degenen waarvan we dachten dat we ze uitgeroeid hadden.'

'Die oude geschiedenis,' zei de gevangene met het gladde gezicht.

'Jacurutu is meer dan een geschiedenis,' zei Muriz. Weer wees hij naar zijn zoon. 'Ik heb jullie Assan Tariq voorgesteld. Ik ben hier arifa, jullie enige rechter. Mijn zoon zal ook opgeleid worden om duivels op te sporen. De oude manier is de beste.'

'Daarom kwamen wij naar de diepe woestijn,' protesteerde de man met het gladde gezicht. 'Wij verkozen de oude manier en dwaalden rond ina'

'Met betaalde gidsen,' zei Muriz terwijl hij naar de donkere gevangenen wees. 'Wilden jullie je een pad naar de hemel kopen?' Muriz keek naar zijn zoon. 'Assan, ben je bereid?'

'Ik heb lang nagedacht over die nacht dat er mannen kwamen die ons volk vermoordden,' zei Assan. In zijn stem klonken nerveuze spanningen door. 'Ze zijn ons water verschuldigd.'

'Je vader schenkt je er zes,' zei Muriz. 'Hun water is van ons. Hun schimmen zijn voor jou en ze zullen eeuwig over je waken. Hun schimmen zullen je voor duivels waarschuwen. Zij zullen jouw slaven zijn als je overgaat naar het alam al-mythal. Wat zeg je daarop, zoon?'

aIk dank mijn vader,' zei Assan. Hij deed een stap naar voren. aIk aanvaard de volwassenheid onder de Uitgestotenen. Dit water is ons water.'

Met deze laatste woorden liep de jongen op de gevangenen toe. Hij begon bij de meest linkse gevangene, greep de man bij zijn haar en stootte het krysmes onder de kin omhoog in de hersens. Het werd heel kundig gedaan om zo min mogelijk bloed te verspillen. Alleen die ene stadse Vrijman met zijn gladde gezicht protesteerde en hij schreeuwde toen de jongen zijn haar beetgreep. De anderen spuugden op de oude manier naar Assan Tariq en gaven daarmee aan: 'Kijk hoe weinig waarde ik aan mijn water hecht als het door beesten wordt genomen!'

Toen het gebeurd was, klapte Muriz eenmaal in zijn handen. Bedienden snelden toe, begonnen de lichamen te verwijderen en brachten ze naar de doodsstil waar hun water gewonnen kon worden.

Muriz stond op en keek naar zijn zoon die diep ademend toekeek hoe de bedienden de lijken verwijderden. 'Nu ben je een man,' zei Muriz. 'Het water van onze vijanden zal slaven voeden. En zoon...'

Assan Tariq keek zijn vader oplettend en slagvaardig aan. De lippen van de jongen waren opgetrokken in een gespannen grimas. 'De Prediker mag hier niets van weten,' zei Muriz. 'Dat begrijp ik, vader.'

'Je deed het goed,' zei Muriz. 'Degenen die op Shuloch stuiten, mogen niet in leven blijven.' 'Zoals je zegt, vader.'

'Er zijn jou belangrijke plichten toevertrouwd,' zei Muriz. 'Ik ben trots op je.'

Kinderen van Duin
titlepage.xhtml
Kinderen van Duin_split_000.htm
Kinderen van Duin_split_001.htm
Kinderen van Duin_split_002.htm
Kinderen van Duin_split_003.htm
Kinderen van Duin_split_004.htm
Kinderen van Duin_split_005.htm
Kinderen van Duin_split_006.htm
Kinderen van Duin_split_007.htm
Kinderen van Duin_split_008.htm
Kinderen van Duin_split_009.htm
Kinderen van Duin_split_010.htm
Kinderen van Duin_split_011.htm
Kinderen van Duin_split_012.htm
Kinderen van Duin_split_013.htm
Kinderen van Duin_split_014.htm
Kinderen van Duin_split_015.htm
Kinderen van Duin_split_016.htm
Kinderen van Duin_split_017.htm
Kinderen van Duin_split_018.htm
Kinderen van Duin_split_019.htm
Kinderen van Duin_split_020.htm
Kinderen van Duin_split_021.htm
Kinderen van Duin_split_022.htm
Kinderen van Duin_split_023.htm
Kinderen van Duin_split_024.htm
Kinderen van Duin_split_025.htm
Kinderen van Duin_split_026.htm
Kinderen van Duin_split_027.htm
Kinderen van Duin_split_028.htm
Kinderen van Duin_split_029.htm
Kinderen van Duin_split_030.htm
Kinderen van Duin_split_031.htm
Kinderen van Duin_split_032.htm
Kinderen van Duin_split_033.htm
Kinderen van Duin_split_034.htm
Kinderen van Duin_split_035.htm
Kinderen van Duin_split_036.htm
Kinderen van Duin_split_037.htm
Kinderen van Duin_split_038.htm
Kinderen van Duin_split_039.htm
Kinderen van Duin_split_040.htm
Kinderen van Duin_split_041.htm
Kinderen van Duin_split_042.htm
Kinderen van Duin_split_043.htm
Kinderen van Duin_split_044.htm
Kinderen van Duin_split_045.htm
Kinderen van Duin_split_046.htm
Kinderen van Duin_split_047.htm
Kinderen van Duin_split_048.htm
Kinderen van Duin_split_049.htm
Kinderen van Duin_split_050.htm
Kinderen van Duin_split_051.htm
Kinderen van Duin_split_052.htm